b. Vr.
Waren dese gesanten by Hanun aengenaem?
Antw. Neen: maer voor verspieders beschuldigt zijnde, soo zijnse van Hanun schandelijk mishandelt, 't welk David soo qualijk op-nam, dat hy Ioab en Abisai sond om de Ammoniten te beoorlogen: die ook deselve, niet tegenstaende de bystand der Syriers met twee-en-dertig duysent Wagenen op de vlugt hebben gejaegt, 2 Sam. 10.14. Als nu de Kinderen Ammons sagen, dat de Syriers vloden, soo vloden sy ook, 2 Sam. 10.8, 9. 1 Chron. 19.1, 3, 5.