a. Vr.
Wat sal men doen als andere menschen ons groot ongelijk doen?
Ant. Ook dan moeten wy een versoenlijk herte hebben, Luc. 23.34. Vader vergeeft het haer, Act. 7.60. Stephanus vallende op zijn knien, riep uit met grooter stemme; Heere, en rekent haer dese sonden niet toe.