b. Vr.
Strijden de doodstraffen niet tegen dit gebod?, Mat. 5.44. Maer ik segge u, hebt uwe vyanden lief?
Ant. Neen: want de straffen der Overigheid en geschieden niet uit haet, of uit wraek, maer uit liefde tot geregtigheyd, etc. De Joden hadden ook dit gebod van liefde, en nogtans waren dood- straffen onder haer: De summa van de tweede Tafel is, Mat. 22.39. Gy sult uwe naesten lief hebben als u selven. En nogtans wierd de Joden de dood straffe geboden: niet tegenstaende sy selfs haer vyanden mosten lief hebben en goed doen, Exo. 23.4. Lev. 19.17.