b. Vr.
Wat moet ons bewegen om van soo een lauw, en liefdeloos leven een af-schrik te hebben?
Ant. De straffe die de Heere aen soodanige gedreigt heeft, Apoc. 3.16. Om dat gy lauw zijt, ende noch kout, noch heet, ik sal u uit mijnen mond spouwen. Apoc. 3.2. Gy hebt de naem dat gy leeft, maer zijt dood: Zijt wakende, en versterkt het overige dat sterven soude. Apoc. 2.5.