c. Vr.
Wanneer heeft yemand een goede conscientie?
Ant. Als hy dese drie dingen heeft:
(1.) Als men goede kennisse heeft van Gods geboden, en als men arbeyd om door die kennisse bewogen te worden tot gehoorsaemheyd, Heb. 8.10. Ik sal mijn Wetten in haer verstand geven, Ps. 119.10. Ik soeke u met mijn geheel herte.
(2.) Als men na ondersoek des levens, bevind dat men opregtelijk heeft gewandelt om den Heere na mogelijkheyd te behagen, 2 Cor. 1.12. Onsen roem is dese, namelijk, het getuigenisse onser conscientie, dat wy in eenvoudigheid ende opregtigheid Gods, niet in vleeschelijke wijsheid: maer in de genade Gods in de wereld verkeert hebben, Esai. 38.3. Gy weet, Heere, dat ik in waerheid en met een volkomen herte voor u gewandelt hebbe.
(3.) Als men sig op goede gronden versekert van Gods gunst, en van de genadige belooninge in den Hemel, 2 Tim. 1.12. Ick weet wie ik gelooft hebbe, ende ben versekert dat hy magtig is, mijn pand by hem weg-geleid, te bewaren tot dien dag, Ps. 23.1. God is mijn Herder, my en sal niets ontbreecken.