Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

Toe-sangen. Behelsende een toe-juichinge der Geestelijke Maegden. 1. Wie is 't, die sig soo luister-rijk vertoont Cant. 3.6. Met Majesteit en heerlijkheid gekroont? Ps. 45.9, 10, 11, 12, 13, 14, 15. Verciert al-om in Koninglijk cieraet? Wie is 't die daer soo vol van glans op gaet? Is dat die swart? en sietse daer eens prijken Soo schoon, dat niets by haer is te gelijken.

2. Men tel vry al de Kleurlijkheden op, Het witte sneeuw op Sal'mons hooge top, Ps. 61.15. 't Schoon elpen-been, en het behoorlijk wit Dat in het blad der braefste Lely sit, Cant. 2.2. Of sig vertoont in reine Lam're Vagten, Cant. 4.1. 't En is niet by haer suiverheid te agten.

3. Men zwijg de pronk van Salomons gordijn Cant. 1.5. Of wat 'er voorts mogt schoon en keurlijk zijn, Ten geld hier niet, de Koninglijke Bruid Steekt boven al nog gantsch beminlijk uit. Het Duifken mag sijn hals ook wel versteken Want haren glans niet waert is hier geleken.

4. Hoe schoon de Son deed' blinken haren kuif, Soo wint het nog de Geestelijke Duif, Met haer cieraet, veel schoonder toonend als Cant. 5.2. Die veertjens aen het schoonste Duifkens hals Weer blinkend', als de Son daer op mogt schijnen Ps. 68.14. Als 't Goud, gemengt met heldere Robijnen.

5. Komt, Burgeren van Zion! en beschouw Cant. 3.11. De Vorsten-bruid, en Koninglijke Vrouw Die na haer smaet, een meerder glans ontfing, Ps. 45.10 Niet anders als na de verdonkering

Esai. 52.1, 2. De goude Son komt breken door het duister Met meerder glans en aengenamer luister.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove