a. Vr.
Konnen dit de Heydenen verdragen, dat een Joodsch Man soo verheven soude zijn?
Ant. Neen, Maer de Vorsten van het Rijk nijdig zijnde, sogten Daniel ergens in te agterhalen: Dog niets vindende, namen sy voor, hem in zijn Religie te verstricken: Hier toe maekten sy een Wet, die de Koning onderteikende, dat in dertig dagen niemand van eenig Godt yets soude begeeren, dan alleen van den Koning, op straffe van in den kuyl der Leeuwen geworpen te worden, De Koning teekende dat schrift, Dan. 6.5, 8, 10.