Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

b. Vr. Wat is gierigheid? Ant. De gierigheid kent men aen dese teikenen: (1.) Als men goederen begeert, die men niet mag begeeren, Rom. 2.22. Berooft gy het heylige? 1 Reg. 21.2. Achab seide tot Naboth, geeft my uwen wijn-berg.

(2.) Als men het herte gansch daer henen set, soo dat men in de goederen alle vreugt en genoegen stelt, en dat men de grooste droefheid maekt over 't verlies, Matt. 6.21. Waer uwen schat is, daer sal u herte wesen, Luc. 12.19. (3.) Als men geen mate heeft in de begeerlijkheid, maer dat men onverzadelijk altijd meer en meer begeert, en dat dan nog wel door quade middelen, Esa. 5.8. Wee den genen die huis aen huis trecken, acker aen acker brengen, Prov. 28.8. Die zijn goed vermeerdere met woeker. (4.) Die om de rijkdommen wille, veel goede pligten van Gods-dienst en van godsaligheid versuimen, Amos. 8.5. Wanneer sal de Sabbath over zijn, dat wy koren mogen verkopen? 1 Tim. 6. v. 9. Ezech. 33.31.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove