c. Vr.
Maer hoe seyt dan David, Psal. 14.5. De dwase seyt in sijn herte daer is geen God?
Ant. De Godloose weet wel dat 'er een God is, doch hy loochent Godt met sijn leven, en soekt sig selven wijs te maken dat 'er geen God is, of dat God op zijn doen geen acht neemt, Ps. 10.11. Hy seyt in sijn herte, God heeft het vergeten, Job. 22.13, 14.