a. Vr.
Is het ongeoorloft, kostelijke kleedingen te dragen?
Ant. Neen: want lieden van groote staet en aensienlijkheyt mogen de kostelijkheden wel gebruyken, dewijle het schepselen Gods zijn, Hag. 2.9. Mijne is het silver, ende mijne is het goudt, spreekt de Heere der heyrscharen, Prov. 30.20. Matt. 6.29. Salomon was in zijn heerlijkheid bekleed.