Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Maer wat sal men doen als men evenwel onder het geselschap der godloose geraekt? Ant. Dan moeten wy dese pligten waer-nemen: [1.] Wy moeten ons gelaet soo toonen dat wy in soodanige geselschappen geen vermaek hebben, maer datse ons tegen de borst zijn, Ps. 1.14. In wiens oogen de Verworpene veragt is, Apoc. 2.2. Gy en kond de quade niet verdragen.

(2.) Wy moeten haer niet gelijk worden in haer ydelheden, en sondige manieren, Eph. 5.11. En hebt geen gemeinschap met de onvrugtbare werken der duisternisse, 1 Pet. 4.4. [3.] Wy moeten haer sonden vrymoedig bestraffen, Eph. 5.11. Bestraft de onvrugtbare werken der duisternisse, Ps. 94.16. Wie sal voor my staen tegen de Boosdoeners? wie sal sig voor my stellen tegen de werkers der ongeregtigheid? [4.] Wy moeten soo haest als mogelijk is van haer af-wijken, Ps. 1.1. Die niet en sit in het gestoelte der spotteren, 2 Thess. 3.6. Ontrekt u van een yegelijk Broeder die ongeregelt wandelt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove