a. Vr.
Hoe seit dan Paulus, dat hy in de gelijkheit des sondigen vleesches gekomen is, Rom. 8.3?
Ant. Dit strijd niet tegen sijn waeragtige menschelijke nature: want dingen die malkanderen gelijk zijn, konnen ook wel het selve wesen hebben. Soo is een Soon sijn Vader gelijk, die soo wel een mens is als sijn Vader. Dog Paulus siet niet op de gelijkheyt in het vleesch, maer in het sondige vleesche; in desen sin: Hy is soo gekomen, dat hy gelijk was een sondig mensche, alhoewel hy geen sonde en hadde, 2 Cor. 5.21. Hem die geen sonde gekent heeft, heeft God voor ons tot sonde gemaekt, Gal. 3.13. 1 Pet. 2.24.