Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

Stemme: Psal. 46. Als ons de nood overvalt, &c. 1. GOds Volk word dapperlijk bestreden, En worstelt met veel tegenheden. De werelt, 't vlees, en hels gespuis, Kanten sig tegen Christi Huys. Sy hebben listige Dienstknegten, Waer door sy Godes Stad bevegten: Hier sluypt een Dwael-geest listig in, En daer een van een aertschen sin.

2. Hier vind gy een geveinsden Vleyer, En daer een ergerlijk Misleyer,

De Lauwe, en Nicodemijt, En kan Gods Kerk niet worden quijt: De Schismatijk scheurt Christi leden, De Ketter luystert na geen reden: Soo doet ook niet de Apostaet: De Antichrist baert 't grootste quaet.

3. Dan heeft de kerke nog Vyanden Die 't Christen Volk grijpen in banden: Ja vele koelen noit hare moed, Voor dat gestort wordt 't Christen bloed: Dog tegen al dit wreede woelen, Doet God de kerk sijn gunst gevoelen: Hy toost, hy red uyt ongeval, Noit komt Gods kerke gantsch ten val.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove