Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Hoe moet men aelmoessen geven? Ant. De conditien zijn dese: (1.) Ons oogmark moet wesen Gods gebod hier in na te komen, en sijn eere te bevorderen, sonder op eenige eere by menschen te sien, Prov. 3.9. Ver-eert den Heere van u goed, Matth. 6.1. Hebt agt dat gy uwe aelmoessen niet en doet voor de menschen, om van haer gesien te worden.

(2.) Ons herte moet blymoedig zijn in het geven, en moet uyt Christelijke liefde goed doen, Rom. 12.8. Die barmhertigheydt doet in blymoedigheid, 2 Cor. 9.7. Een yegelijk doe gelijk hy in sijn herte voorneemt, niet uit droefheid, ofte uit nood-dwang: want God heeft een blymoedigen Gever lief. (3.) De mate moet wesen na den zegen die wy hebben ontfangen 1. Cor. 16.2. Vergaderende een schat, na dat men welvaren verkregen heeft, 1 Tim. 6.7. (4.) De voorsigtigheid moet dese zijn: dat men geve soo spoedig als men de nood kend; en dat men nogtans sorge draegt, dat de arme niet beschaemt worden gemaekt, nogte gestijft in een quaed leven, Prov. 3.28. Segt niet, gaet henen, en komt weder, morgen sal ik geven, 1 Cor. 11.22. Veragt gy dan de gemeinte Gods, ende beschaemt gy de gene die niet en hebben? 2 Thess. 3.22.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove