Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Waer in bestaet de nederigheid des herten? Ant. De nederigheyd des herten voor God bestaet hier in: (1.) Dat wy uyt erkentenisse van onse sonden, seer kleinmoedig worden en als verbrijselt van herten voor God nederleggen, 2 Reg. 22.19. Om dat u herte week geworden is, ende gy u voor het aengesigte des Heeren vernedert hebt, als gy hoordet wat ik gesproken hebbe tegen dese plaetse, Job 42.6. Ik verfoeye mijn selven, ende ik hebbe berouw in stoffe en assche.

(2.) Dat wy ons sin en driften versakende, buygsaem zijn, om alleen onder Gods wil, en woord, en dienst ons te onderwerpen, Act. 2.37. Mannen Broeders, wat moeten wy doen? Psal. 141.5. 1 Pet. 5.6. Vernedert u onder de kragtige hand Gods. (3.) Dat wy ons ootmoedig onderwerpen aen alle staet des levens, om gewillig af te willen zijn dat God wil, sonder murmureren, 2 Sam. 25.26. Heeft God aen mijn geen lust, hier ben ik, Mich. 7.9. Ik wil des Heeren gramschap dragen, want ik hebbe tegen hem gesondigt, Phil. 4.12. Ik weet vernedert te worden, ik weet ook overvloed te hebben: Allesins ende in allen ben ik onderwesen, beide versadigt te zijn, ende honger te lijden, beide overvloed te hebben ende gebrek te lijden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove