a. Vr.
Wat moet ons insonderheid bewegen, om met soo een vrolijke ziele van het Heylige Avondmael op te staen?
Antw. Wy moeten denken, dat wy daer geweest zijn als op de Voor-bruyloft des Lams, en dat wy alsoo in den Hemel eeuwiglijk met onsen Bruydegom Jesus Christus sullen aensitten, Matt. 26. v. 29. Ik segge u, dat ik van nu aen niet en sal drinken van dese vrugt des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer ik met u de selve nieuw sal drinken in 't Koninkrijke mijns Vaders, Matt. 8.11. Wy sullen aensitten met Abraham, Isaac en Jacob. Apoc. 19.7, 8, 9.