c. Vr.
Wat genoegen sal het Hemelsche Geselschap geven?
Ant. Het genoegen sal insonderheid hier in bestaen;
(1.) Het sal een seer heerlijk geselschap sijn; Want groot sal de heerlijkeheid van Christus wesen; groot de glans der Engelen; Ja ook seer uitnemende de heerlijkheid der zalige Christenen, Matt. 13.43. Dan sullen de regtvaerdige blinken gelijk de Sonne, in het Koningrijke hares Vaders, Apoc. 1.17. Col. 1.16.
(2.) Het sal een seer vriendelijk Geselschap zijn, als onder sonen en dogteren, susters en broeders van eenen Vader, 2 Cor. 6.18. Ik Sal u tot een Vader zijn, ende gy sult my tot Sonen ende tot Dogteren zijn, Apoc. 19.10. De Engel seide ik ben uwe mede-dienstknegt, Hebr. 2.11.