b. Vr.
Waerom heeft dan Abraham de Engelen aengebeden, Gen. 18.2. Abraham boog sig ter aerde?
Ant. Abraham kende dese Engelen niet voor Engelen, soo dat sijn nederbuigen, maer een burgerlijke eerbiedigheyt is geweest, na de wijse van dat Land, Heb. 13.2. Sommige hebben onwetende Engelen geherbergt, Gen. 23.7.