Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

b. Vr. Waer in bestaet het goede leven des herten? Ant. Het bestaet in dese vier dingen: (1.) In opregtigheid, soo dat het met God en de menschen sonder geveinstheid zy, Ps. 32.2. In wiens geest geen bedrog is, Esai. 38.3. Hiskia seide, Och Heere, gedenkt dog dat ik voor u aengesigte in waerheid, ende met een volkomen herte gewandelt, ende dat goet is in uwe oogen gedaen hebbe.

(2.) In nedrigheid, soo dat het herte niet trots en opgeblasen is: Ps. 131.1. O Heere mijn herte en is niet verheven, Prov. 16.5. (3.) In goede begeerten en lusten: Soo dat het herte geen lust heeft tot de wereld, of in sonde, maer dat het lust heeft tot God, en tot de godsaligheid, 2 Cor. 5.9. Daerom zijn wy ook seer begerig, het zy in-wonende, het zy uit-wonende, om hem behagelijk te zijn, Ps. 1.2. Sijn lust is in des Heeren Wet. (4.) In goede voornemens, om den Heere te dienen sonder afwijken, Ps. 119.106. Ik heb gesworen en sal 't bevestigen, dat ik onderhouden sal de regten uwer geregtigheid, Dan. 1.8. Daniel nam voor in sijn herte, dat hy sig niet en soude ontreinigen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove