b. Vr.
Wat heeft God geschapen?
Ant. De Hemel, de Aerde, met alles dat daer in is, namelijk, De Engelen, de Menschen, de Son, de Maen ende de Sterren: ook alle Beesten, Planten, en Kruiden, etc. Gen. 2.1. also zijn volbragt den Hemel, de Aerde, en al haer heyr. Gen. 1.1.