Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Hoedanig is Gods voorsienigheid ontrent de sonde? Ant. (1.) God laet de sonden geschieden sonder de selvige te verhinderen, Act. 14.16. Welke in de voorleden tijden alle de Heidenen heeft laten wandelen in hare wegen, Rom. 1.24. (2.) De Heere stelt palen voor den sondaer, ende houd hem alsoo in sijn bedwang, dat hy niet alle sonden bedrijve, die hy voorneemt, of daer hy lust toe heeft, Gen. 20.6. Ik heb u ook belet, van tegen my te sondigen: daerom en hebbe ik u niet toegelaten haer aen te raken, 1 Reg. 13.4.

(3.) God bestiert de sondaers na sijn wil, tot soodanigen eynde, als de Heere tot sijn meeste eere van geregtigheid, of barmhertigheit,dienstig oordeelt; gelijk een Ruyter, een woest paert, Esa. 10. vers 15. Sal een bijle roemen tegen dien, die daer mede houwt? Sal een zage pochen, tegen dien, diese trekt, Esai. 10.6. Ik sal Assur senden tegen een huichelsch Volk, &c. (4.) God heeft over sommige sondaers een bysondere, en voor ons onbegrijpelijke, dog altijds een seer regtveerdige regeringe, waer door hy haer verblind en verhard Joh. 12.40. Hy heeft haer oogen verblint, ende haer herte verhard, Rom. 9.12. Rom. 9.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove