b. Vr.
Salder dan geen sondige onvolmaecktheyd wesen in de Inwoonderen des Hemels?
Ant. Neen: Eph. 5.27. Christus sal hem selven de Gemeente heerlijk voor-stellen, een Gemeente die geen vlekke of rimpel en heeft, ofte yet diergelijke, Hebr. 12.23. Het zijn Geesten der volmaekte regtvaerdige, 1 Cor. 13.10.