c. Vr.
Wat vrugt deden dese teikenen in de herten der Toehoorderen?
Ant. Sommige, die hem nog gelastert hadden, als hy nu al aen het Kruice hing, bleven verhard van herten: andere klopten met onsteltenisse op haer borsten; maer een Hooft-man die daer by stond, verheerlijkte God, en beleed dat desen Jesus de Sone Gods was, Matth. 27.54. Hy seide, waerlijk dese was Gods Sone, Luc. 23.47.