c. Vra. Waer in is het Verbond des Euangeliums beter, als het Verbond des Wets? Ant. In dese voordeelen: (1.) Dit genaden verbond steund op de verdiensten van de Middelaer: Maer het Verbond des Wets steunde op de eyge kragten van den Mensche, Heb. 9.15. Daerom is hy de Middelaer des Nieuwen Testaments, Heb. 7.22. Hy is onse Borge.
(2.) Dit Verbond belooft niet alleen het leven, maer ook alle middelen ten leven: Als daer zijn de geregtigheid, de vergevinge der sonden, de geest der heyligmakinge, etc. Heb. 8.13. Ik sal hare ongeregtigheden genadig zijn, ende hare sonden, ende hare overtre- dingen en sal ik geensins meer gedenken, Heb. 6.9, 11. (3.) Dit Genaden-verbond vereyscht alleenlijk Geloove, en Bekeeringe; Maer het Verbond des Wets eyscht een volkomen gehoorsaemheyd sonder ergens de minste struykelinge, Marc. 1.14. Bekeert u ende gelooft den Euanglio, Act. 23.39. Van alle daer van gy niet en kondet geregtveerdigt worden door de Wet Mosis, word een yegelijk door desen Jesum, die gelooft, geregtveerdigt. (4.) Dit Verbond geeft selve de vereyschte conditie van Gelove, en Bekeeringe; maer het Verbond des Wets eyscht maer de conditie van volkomen gehoorsaemheyd, sonder daer toe kragten te geven, Heb. 8.14. Ik sal mijne Wetten in haer verstand geven, ende in hare herten sal ik die schrijven, Ezech. 36.26, 27. (5.) Dit Verbond heeft de beloften van volherding, en van sekere bewaringe ten eeuwigen leven: Maer het Verbond des Wets heeft geen bewarende kragt, Jer. 32.40. Ik sal een eeuwig Verbond met haer maken, dat ik van agter hen niet en sal af-keeren, op dat ik hen wel doe, ende ik sal mijne vreese in hen geven, datse niet van my af en wijken, 1 Pet. 1.5. Gy die in de kragt Gods bewaert word door het geloove tot de saligheid.
(6.) Dit Verbond des Euangeliums, is een Verbond van saligheyd voor alle Bond-genoten: Maer het Verbond des Wets kan niemand salig maken, 2 Cor. 3.6. De letter dood, maer de Geest maekt levendig, Act. 10.43. Gal. 3.10. Soo vele als 'er uyt de werken des wets zijn, die zijn onder den vloek, Joh. 6.68. Gy, Heere, hebt de woorden des eeuwigen levens.
Cookies on Poetry Cove