c. Vr.
Indien alle dingen gaen na Gods voorsienigheid, geschieden dan alle dingen nootsakelijk?
Ant. Gods voorsienigheid heeft een seker einde en uitkomst, soo dat alles moet geschieden gelijk God wil; Nogtans ten opzigte van ons menschen, soo laet God ons de dingen als vrye en gebeurlijke sien, Prov. 16.1. De mensche heeft schickinge des herten, maer de antwoord ter tonge is van den Heere, Actor. 4.27, 28. Joh. 19. vers 33, 36.