b. Vr.
Zijn alle geloovige in kragt van de godsaligheid?
Antw. Neen: maer gelijk daer zijn klein-gelovige, soo zijnder ook die van kleyne kragt zijn in de deugt, Gal. 4.19. Mijne Kinderen, die ik wederom tragte te baren, tot dat Christus een gedaente in u krijge, 1 Joh. 2.12. Kinderkens, 1 Cor. 16.13.