c. Vr.
Zijn dan alle dese dingen niet oneigentlijk te verstaen?
Ant. Neen, dewijl alles seer duidelijk word uitgedrukt, 't geen tot een eigentlijk Priesterdom behoort: Als, de gelegentheid van sijn Pesoon, en Priester ordre: De offerhande van hem selven: De versoening die daer door by God word bekomen: De afschaffing van de Priesteren des Ouden Testaments, dewelke schaduwen waren van sijn Priesterdom, etc. Hebr. 7.15. Dit is nog veel meer openbaer, soo daer na de gelijkenisse van Melchizedek een ander Priester op staet. Hebr. 8.4. Hebr. 9.12.