b. Vr.
Zijnder niet bysondere sonden behalven overspel, doodslag, etc. waerom God soodanige ellenden en plagen toe send?
Ant. Ja, deselvige zijn menigvuldig, soo ten opsigte van God, van ons selven, als ook ten opsigte van andre menschen, Jer. 5.27. Gelijk een kouwe vol is van vogelen, alsoo zijn hare huisen vol bedrogs, Ezech. 18.31. Werpt weg alle uwe overtredingen. Amos 1.3.