c. Vr. Hoe moeten sig man en vrouw nu getrouwt zijnde, te samen dragen? Ant. De gemeyne pligten die man en vrouw te samen staen waer te nemen, zijn dese navolgende: [1.] Sy moeten te samen wonen, ende gemeynschap van huis, tafel ende bed gebruyken, Gen. 2.24. Daerom sal de man zijn vader en moeder verlaten, ende zijn wijf aenhangen, ende sy twee sullen tot een vleesch zijn, Matt. 19.5. Ps. 45.11.
[2.] Sy mogen malkanderen niet verlaten in een verbrekinge van den Houwelijks band, 't en zy om overspel, Mal. 2.16. De Heere God Israëls seid, dat hy het verlaten haet, Mat. 19.4, 5, 6. 1 Cor. 7.10. Den getrouden gebiede, niet ik, maer de Heere, dat het wijf van den man niet en scheide. [3.] Sy moeten het houwelijk eerlijk houden, sonder sig in onreynigheyd te verloopen, Heb. 13.4. Het is een onbevlekt bedde, Prov. 6.20, 31, 32. [4.] Sy moeten een sonderlinge liefde tot malkandren hebben, Tit. 2.4. Dat de jonge vrouwen leeren, haer mannen lief te hebben, Cant. 2.6. Eph. 5.25. Gy mannen, hebt uwe eigene vrouwen lief. [5.] Sy moeten weder-zijds met malkanders zwakheden gedult hebben, en daer in malkandren vrede-lievend' te gemoet komen, Gal. 6.2. Draegt malkanders lasten, Eccl. 4.9, 10.
[6.] Sy moeten malkanders welstand, na ziele en lichaem, in eer, staet, middelen, vrienden, etc. opregtelijk helpen bevorderen, 1 Cor. 7.17. Wat weet gy wijf of gy den man sult zalig maken? of wat weet gy man, of gy het wijf sult zalig maken? Eph. 5.19. Niemand heeft oit zijn eigen vleesch gehaet, maer hy voed het, ende onderhoud het, Gen. 2.18.
Cookies on Poetry Cove