c. Vr.
Hoe stond het doe met Davids Koningrijke?
Ant. Sijn Rijke had doe ruste en heerlijkheid: Alle ampten wierden van goede Mannen wel voor-sien, en onder de Krijgslieden waren dappre Helden; waer onder waren Joscheb, die drie hondert man met sijn spiesse had verslagen: Eleazar, die met Samma, als Israel vlugtede, de Philistijnen stutte, en Israel de voctorie deden bekomen: gelijk ook dese drie door-braken, door de Vyanden, en voor David water-haelden uyt den put, aen de poorte te Bethlehem, doe David nogh vlugtede voor Saul, 2 Sam. 23.16. Doe braken die drie Helden door 't Leger der Philistijnen, 2 Sam. 23.8, 9. 2 Chron. 11.11, 12, 14.