c. Vr.
Welk is het oog-merk van een godzalig leven?
Antw. Dat is driederley:
(1.) Ons leven moet aengestelt worden tot grootmakinge van Godes eere, Esa. 43.21. Ik hebbese geschapen tot mijner eere, 1 Cor. 10.31. Het zy dat gy eet, het zy dat gy drinkt, het zy dat gy yet anders doet, doet het al ter eeren Gods, 1 Pet. 2.9.
(2.) Onse zaligheyd moeten wy bearbeiden, Phil. 2.12. Werkt u selfs saligheid met vreesen en beven. Matt. 16.26. Matt. 6.33. Soekt eerst het Koningrijke Gods en zijn geregtigheid.
(3.) De stichtinge van andere menschen moet men behertigen, Heb. 10.24. Laet ons op malkanderen agt nemen tot opscherpinge der liefde ende der goede werken, Rom. 14.15. Verderft dien niet met uwe spijse, voor welke Christus gestorven is, Matt. 5.24.