c.Vr.
Is 'er ook aen de kennisse van de goddelijke dingen veel gelegen, als men ondertusschen wel leeft?
Ant. Ja seer veel: want als men de kennisse van God en van Christus niet soo heeft, alsse Gods Woord openbaert; dan gelooft men de leugen voor de waerheyt: dan gelooft men tegen Gods Woord: dan gelooft men een ander Evangelium: Ja dan dient men een afgod in plaets van den waren God, en sijn Sone Christus. Soo dat het eeuwige leven daer in wort gestelt, dat men een goede kennisse hebbe van God de Vader, en van Christus, Joh. 17.3. Dit is het eeuwige leven, datse u kennen den eenigen en den waerachtigen God, ende Jesum Christum, dien gy gesonden hebt. 1 Joh. 5.10. Die God niet gelooft, die heeft hem tot een leugenaer gemaekt: dewijle hy niet gelooft en heeft het getuygenisse, dat God getuygt heeft van sijn Sone, 1 Joh. 2.22.