§. III.
TEn derden moet hy syn uyterste beste doen, om syne affectien te suyveren ende lost te maecken van alle ongeregelde liefde van persoonen, oock bloet-vrienden, van dingen, ende ongerief, trachtende tot eene naeckte armoede desgeests: naer het exempel Christi, die zelve niet en hadde om syn hooft op te rusten.
Waer toe hem seer krachtelyck sal bewegen een geduerige minnelycke conversatie met Jesus, die in desen Boeck beschreven is. Want als de affectie eens begint een soete genegentheyt tot Jesum te hebben, alle creaturen beginnen voor haer te stinken, ende soo komt sy tot een volcomen verloocheninge der zelve.