Skip to content
1839

Mengelpoezy. Deel 1

Francis Jozef Blieck

Voorwoord. Deze uitgave zou geen voorwoord behoeven, indien de hier in voorkomende prysverzen niet vergezeld gingen van het melden der bekrooning, of indien deze melding medebragt dat Mr. Prudentius Vanduyse myn medelaureaet was in den Asseneedschen dichtstryd. Aen deze omstandigheid kan de lezer zich weinig gelegen laten; dezelve te doen kennen is my een pligt en tevens een genoegen, te meer, daer ik aen dien hooggeachten en gedienstigen kunstvriend de verbetering van verscheidene myner verzen te danken heb. Deze Mengelpoëzy maekt het grootste gedeelte van mymen tienjarigen letterarbeid uit, arbeid waeraen er nu en dan slechts een snipperuertje besteed wordt. Voor het overige moet de lezer niet vreezen. Op een koelen morgen heeft het voedsel gegeven aen een lief haerdsteêvlammetje, en het is thans op zyne plaets. Een stukje alleen is aen deze executie ontsnapt, en wordt hier opgenomen, om (voor my) toch iets te bewaren van myne vroegste dichtproeven. Een strengere keus zou deze verzameling bestierd hebben; van meer kleinigheden zou dezelve gezuiverd, - zelfs van stukken die misschien niet gansch ontbloot zyn van dichterlyke waerde; maer die de getrouwe uitdrukking niet zyn van des schryvers overtuiging, besnoeid zyn geweest, indien de drukker niet al te voorbarig een boekdeel van 150 bladzyden hadde aengekondigd. Nu, deze uitgave verstrekt tot geene godsdienstige en politieke geloofsbelydenys; maer tot eene dichtproef die waerschynelyk het licht niet zoude gezien hebben, indien de vlaemsche letterkunde haren bloei hadde bereikt.

Wanneer 't gevoel van nationaliteit ons zal ontvlammen; wanneer de landtael zal hersteld zyn in hare regten; wanneer de collegien goeden geest genoeg zullen hebben om dezelve te onderwyzen; wanneer het beoefenen der vaderlandsche letteren voor eene vaderlandsche verdienste zal gelden; wanneer men waerdiglyk zal voorstaen wat tot den letterbloei het meest medewerkt, namelyk, de dichtkunst; dan zal het blyken of deze bloei in België slechts een lieve droom is die niet verwezenlykt kan worden. Intusschen moeten de vlaemsche dichters zich wapenen met geduld, en niet klagen als zy niets ergers ontmoeten dan onverschilligheid. Mits deze belooning mogen zy hunne poogingen vry aenwenden om hun Vaderland te helpen verheerlyken. Verhopen wy! F.B. Wervick, 20 July 1839.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Mengelpoezy. Deel 1 · Francis Jozef Blieck · Poetry Cove