Skip to content
1666

d'Enchuyser Ybocken

Femme Gerbrantsz. Drieduym

Stemme: Hoe wispelturigh is het Radt.

DRaeght rouw, Ghy die door Batoos klingh Hier van sijn zaet zijt uyt gesprooten, Draegt rou, al die in d'ommering van Rhijn, en Wael, En Zee besloten, U woon plaets

hout, romp goet en stout, Haelt Godt van u by sijn genooten.

2. De doodt van den Manhaften Tromp Hoort elck van groot en kleyn beklagen, By oud' en jongh, hoe wijs, hoe plomp, Sy alle 't pack van droefheyt dragen, Want tot sijn doodt Socht hy ons' noot En droeve stant te onder-schragen. 3. Doch Vrienden, niet te seer bedroeft. Sijn Ziel, schoon 't vleesch hier leyt begraven, Geniet vol op wat sy behoeft,

Daer alle vroomen steers nae draven; Want op de Zee Gingh hy te Ree By Godt in een gewenschte haven. 4. O groot en wijt-beroemde Tromp, Hoe zit ghy nu in't al te brallen? Al trof u hier een Looden klomp, Noch is het saligh uyt-gevallen: Want tot u loon Hebt ghy de kroon, Daer wy noch strijden voor de Wallen. 5. En ghy mijn lieve Burgery, Keert u tot Godt, hy sal 't wel maken, Al leydt het Scheepjen onder ly, Hy zit aen 't roer voor ons te waken; Al komt de Vloet

Ons te gemoet, Noch sullen wy aen 't landt wel raken. 6. Kond' nu op 't Graf van desen helt Met groote Letters sijn geschreven, Hoe in hem was sijn ziel gestelt, Wanneer hy die aen Godt soud' geven, Dan sachmen klaer, Wie dat hy waer, Die stijdend' is voor ons gebleven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
d'Enchuyser Ybocken · Femme Gerbrantsz. Drieduym · Poetry Cove