Skip to content
1660

D'Amstelsche zang-goddin

F. Verloo

9.

Pronk-paerel aller vrouwen,

Kondt gy de Goôn, die and're dwongen, dwingen? Wat mensch kan 't staande houwen, Als gy uw glans komt door hun boezem dringen? Hoe lukkig zal Aan hem 't geval Zich namaals moeten toonen, Die, ô mijn zoete! Zijn lust met u zal boeten Overschoone.

Zal my noch zijn een vreugt dat ik zal hooren zeggen, Als my de blixem van Argenis neêr zal slaan, Was van 't geval bestemt, hy kon dit niet ontleggen: Want zy, die Goden dwingt, die heeft het hem gedaan.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
D'Amstelsche zang-goddin · F. Verloo · Poetry Cove