VII.
Wie zou, om schijn van liefd', zijn waerde ziel verzweeren?
Den Lezer oordeelt nooit een minnaar zo verblindt.
Hier uit kan ieder een door 't lezen kennen leeren,
Wat voor genegentheit Leander in zich vindt.
Zo iemandt weten wil wat glans dat in Argeen,
Die leert eerst kennen wat dat schoon en ongemeen is.