6.
Schoon het onderaardsch geslacht,
Van de nacht,
En Tartarus, voortgekomen,
Om mijn lukschier barst van spijt,
'k Weet gy zijt
Machtig om 'er doen te tomen.
Hou op mijn Zang-goddin, Vrouw Venus is voldaan,
Zy heeft ons toegeknikt, komt vaerdig nu weêr aan
Een ander lof-gezang, ter eeren van mijn Schoone,
Die ik de tweede eer na Venus zal betoonen.