M.
MYn zang-goddin, ay! treur, nu is het tijdt, &c.
35
Mijn ziel, laat alle droef heit varen.
67
Mejuffer, wilt uw gunst aan deez' bedroefde toonen.
101
Mijn lief, hoe kan 'er.
126
Mejuffer, terwijl ik, &c.
197
Mijn Engel, die de Goden.
252
Men vraagt Leander wat hem schort:
258