5.
Wie dat hem had gebonden.
Mijn moeder, ach! riep hy, het is Argenis,
Die, door haar zoete vonden
En schoone schoonheit, wijkt voor geen vrouw-Venus:
Apollos licht
Voor haar gezicht
Zijn glanssen in moet halen,
En acht haar oogen
Veel sterker van vermogen
Dan zijn stralen.