Skip to content
1870

Liedjes en andere verzen

Emiel Moyson

II.

Geen God meer, niets daarhoog! och ongeluk, ellende! wat is toch zonder heemlen nu deze aarde op 't ende? Deze aarde? - Ze is nog slechts een droevig, kwaadvol oord,

een walglijk speelhuis waar het goud geen' God vermoordt; waar aan den honger stervend, die blijft immer knagen, de mensch zijn aangezicht gegeeld, zijn levensdagen ontvleeschd heeft; waar, zijn harte leedgend, hemel, min en vrijheid, de eerlooze alles heeft verloren in der eeuwigheid... een kot vol ontucht, vol misdaden. waar, naar mijn zin, de dood te weinig levensdraden afsnijdt; een modderpoel, een grond waar, als de voet uitslibbert - want de grond is vet en glad - in 't bloed men neerstort; de overblijfsels eener braspartije, waar 't menschlijk dier in rolt - vloekbare slemperije! Daar legt zich, zonder schaamt noch wroeging en bereid tot alles, 't wijf bij hem die, 't geld in hand, haar vleit; de man, hij lacht er mee, hij lastert, spot met de eeden, werpt naar elk aanzicht slijk en smaad, en, ontevreden, doodt, slecht hij, klimt op 't outer, vreest noch straf noch schand, plaatst op het heilig goud des kelks een' zond'ge hand; dan, luid vervloekt hij de gezondheid van zijn' vader, en zelfs, wen 't moederzog nog loopt in iedere ader, is haar zijn eerste woord - de bussel ligt pas af - een wensch dat spoedig hij haar voeren moog' naar 't graf: zoozeer kwelt hebzucht hem, en baart zijn binnenst smarte, zoozeer vult goud, die moddergod, met slijk zijn harte, zoozeer kan de aâm des gouds op zijn mismoedig hoofd, zijn' deugd vernielen vóór 't eerst hair hem zij ontroofd.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liedjes en andere verzen · Emiel Moyson · Poetry Cove