Skip to content
1870

Liedjes en andere verzen

Emiel Moyson

III.

Werp, werp dus elke heilige gedachte neder als 'nen versleten mantel die voor't gure weder niet meer bescherremt, als 'nen slechten gaanstok: zoek naar eenen kruisweg en werp haar in d'eersten hoek; dan, buk het hoofd en keer in 't midden van 't geschater der menigt weer; daar, blindlings, zonder doel, als 't water dat wegvliet, ver van 't pad door de ouderen gebaand, doorreis dees schurfte wereld, heel alleene gaand; druk geene hand, geen voorhoofd op den weg; en, zoo ge het kunt, stap tot het eind, 't hart ledig, 't oogscheel droge, en als de dag zal komen dat ge, een' moeden man gelijk, op eens zult stilstaan moeten, als gij van 's doods kilte uw' hersenen uiteen zult voelen drijven en in uw' holle beenderen de merg verstijven, dan, om het kort te maken, zoo gij't stervend oog nog wendt toevallig naar d'onmeetbren hemelboog, gedenk, zieltogende, dat niemand woont daarboven; sleep in 't naburig veld u, raap 'nen steen, 'nen groven, leg uwen kop er op, druk met uw' buik den grond, laat alles gaan als 't gaat en barst gelijk een hond.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liedjes en andere verzen · Emiel Moyson · Poetry Cove