Skip to content
1870

Liedjes en andere verzen

Emiel Moyson

De Lier des Grijsaards.

Ach! 'k beleefde zalige dagen: eens bezong ik op mijn' lier, blij, omringd van vriend en magen, 't heil van Vlaandren mij zóó dier. 't Onweer heeft dit heil verdreven... sloeg mij mede in de armoè neer: mijne lier is mij gebleven, - maar 'k bespele ze niet meer.

Zou ze lustige klanken geven tot vertroosting van mijn hart? neen, niets glimlacht nog in 't leven na zóó lange jaren smart. - Zou ze bittere tonen slaken, daar ze 's Vlamings val bekloeg, en mijn' wond nog dieper maken?... neen, mijn' ziel, gij lijdt genoeg.

Ziet, daar hangt ze, en schijnt te treuren, eenzaam, aan den naakten wand... Kon het eenmaal nog gebeuren dat ze klonk voor 't Vaderland, ware mij die vreugd beschoren mocht ik, na 't beproefde wee, Vlaandrens welvaart weer zien gloren, dan verliete ik de aarde in vreê!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liedjes en andere verzen · Emiel Moyson · Poetry Cove