III.
HIJ.
Wij hebben in ons jeugd gemind,
wij minnen in den ouderdom;
en al wie zegt: de liefde is blind.
Dien noem ik dwaas en dom.
De liefdeblik is rein en klaar,
gelijk de hemel schoon en wijd.
Bezie, mijn Jane, ons jongen maar,
wat aardig ding hij vrijt!
Welnu, wat zegt ge, goede vrouw,
ze doen als wij is dat niet wel?
ze trouwen gauw en koopen gauw
veel kindjens frisch en snel.