Skip to content
1861

Nieuwe liedekens (onder pseudoniem G. Hendrikssone)

Emanuel Hiel

IV.

Vro, vro en altijd vrolijk, altijd vrolijk moet ge zijn. Kwelt u wrevel, zorg of pijn, jong of oud, weest nooit oolijk, Vro, vro en altijd vrolijk, altijd vrolijk moet ge zijn.

Zie, hoe vrolijk vloeit de Schelde door de Vlaamsche beemden heen, en indien ze u al vertelde alles wat zij heeft doorstreên, o, wat zoû ze weevol klagen! maar nu murmelt zij zoo zacht, omdat uit haar vroeger dagen nog een blijde erinring lacht.

Zijt ge droef, mijn goede vrinden, denkt aan uwe frissche jeugd, en ge zult gewis iets vinden, iets dat hert en geest verheugt. De eerste liefde, de eerste droomen, in hun engelrein gewaad, zullen toovrend rond u stroomen, als een milde dageraad.

Meent ge dat de modder 't water heller, puurder, schooner maakt? Lispelt zoeter 't beekgeklater, als de domme kikvorsch kwaakt? Weent niet, schreit niet, spaart elks ooren smaad is 't antwoord aan het leed, waarom nutloos 't menschdom stooren door een' naren jammerkreet.

Tranen zijn vaak zielevonken, paarlen dauws in zonnelicht; maar vol liefde, zaligdronken ziet men grager 't aangezicht. Droefheid is het aaklig duister, dat en deugd en moed versmacht, blijdschap is als sterrenluister, hemelvlam in donkren nacht.

Laa[t] een huichlaar wellust laken, treurnis, vrienden, helpt u nooit; zag men ze eens tot Godsdienst maken, wijsheid heeft ze lang vergooid. Schiet de vreugd dan eens haar stralen gloeijend in elk menschenhert; niemand zal meer tol betalen, tol voor zwakheid, dood en smert.

Vro, vro en altijd vrolijk, altijd vrolijk moet ge zijn. Kwelt u wrevel, zorg of pijn, jong of ouden weest nooit oolijk. Vro, vro en altijd vrolijk, altijd vrolijk moet ge zijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.