V
Nog geene ster zag ik zoo vinnig gloeien,
Zoo vinnig als uw hemelsch aangezicht;
De mane voelt haar zachte klaarte boeien,
Wanneer ge u mijmrend naar haar henenricht.
Uit uwen blikken reine vlammen sproeien,
Die geven uwen trouwen dienaar licht,
Want uwe schoonheid laat een glans ontvloeien,
Waardoor mijn ziele helder wordt verlicht.
Neen 'k zag nog geene ster zoo vinnig gloeien,
Zoo vinnig als uw hemelsch aangezicht.