Skip to content
1863

Gedichten 1861-62

Emanuel Hiel

II.

Regen, bliksem, donder.

Het regent, regent, regent, het regent zoete kussen, die op mijn' brandende lippen mijn' dorstige min niet blusschen.

Ik zie terwijl het regent de bliksem vurig flonkren, uwe oogen stralen zoo gloeijend, mijn liefken, in den donkren.

Daar rommelt nu de donder, wie zou er niet van schroomen? nu loop ik henen, zoet liefken, want 'k hoor uw' vader komen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten 1861-62 · Emanuel Hiel · Poetry Cove