I.
Bemint het recht en handelt in geweten,
bemint het volk, dat voor u werkt en wroet,
gij, die, op 't dons der weelde zacht gezeten,
hier alles smaakt wat heilzaam is en zoet.
Nooit zult ge uw' hulp vergeefs den werker leenen,
wat grooten doen, dat volgen graag de kleenen.