Skip to content
1863

Gedichten 1861-62

Emanuel Hiel

Mijne Drievuldigheid.

Vaderland, het volk en 't liefken zijn de schoone drij, die in mijne zinnen spelen, die mijn herte kunnen streelen waar ik immer zal van kwelen liêkens gul en vrij. t Vaderland hel volk en 't liefken zijn mijn' schoone drij.

't Vaderland, het dierbaar Vlaandren! noem mij eene streek, waar de jongens sterker bloeijen, waar de meisjens reiner gloeijen, waar de kunsten blijven sproeijen als een' frissche beek. 't Vaderland, het dierbaar Vlaandren, noem mij zoo een' streek?

't Volk, het volk door gansch de wereld, min ik overal. 't Moet, eilaas, zoo veel toch lijden, tegen dwang en armoê strijden; kon mijn deuntjen 't volk verblijden; 'k zong met luid geschal: 'k min u, volk, door gansch de wereld, 'k min u overal.

Niemand kent mijn aardig liefken, niemand dan mijn hert. Heeft haar mond mij soms bedrogen, hare blauwe schelmenoogen hebben mij steeds opgetogen. als ik leed aan smert. Niemand kent mijn aardig liefken, niemand dan mijn hert.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.