Skip to content
1878

Bloemen en knoppen

Eliza Laurillard

II.

Zie! daar dalen ze uit den hemel, Witte veêrkens uit het grijs, En elk deeltje in dat gewemel Is meetkunst, gegoten in ijs.

't Zijn figuren, schoon getrokken, Regelmatig juist en fijn; Elke vlok dier duizend vlokken Is kunstwerk van vloeibaar satijn.

De eene is als een roos geschapen, De and're is kristallijnen pluim, 't Derde vlokje is sterrewapen, En 't vierde is een tandrad van schuim.

Allen zijn ze taal en teeken Van des Scheppers wondermacht, Uit des hemels hooge streken Naar 't land van de menschen gebracht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.